Brugse Poort

Groep F kreeg de probleemwijk 'De Brugse Poort' toegewezen om te onderzoeken.
Hieronder krijgt u een situering van onze wijk: hoe het ontstaan is, wat er al reeds in de wijk is gebeurd, …

"Buiten de poort liep de heirweg naar Brugge in de richting van Mariakerke. Hij vormt nog altijd de ruggengraat van de wijk, onder de benamingen Noordstraat, Phoenixstraat, Bevrijdingslaan en Brugsesteenweg. De weg was een deel van de belangrijke landweg Brugge - Keulen, de verbinding van de Noordzee met de Middenrijn.

Westwaarts van die baan lag het gehucht Rooigem (Ooievaar- en Peerstraat). In tegenstelling tot het grootste deel van het gebied was hier geen weiland maar akker. De meersen van de Leie lagen meer naar het westen: Malem, Bourgoyen, Ossemeersen en Assels.
In Rooigem bevond zich het Kartuizerklooster Koningsdal, de Hoosmolen en de lusthoven van vooraanstaande Gentse families, zoals Het Motjen en Vaernewyc. Verder naar Mariakerke stond de galg of 3 Pickel (Driepikkelstraat). Buiten de Brugse Poort vond je een tiental windmolens, ettelijke afspanningen en huizen.

In 1566 werd aan de huidige Kettingstraat een protestantse tempel gebouwd, omringd door een begraafplaats voor gereformeerden, het Peerdekerkhof. Onder het Calvinistische bewind kwam de Hembysevest tot stand (1578). Van 1613 tot 1625 werd de Brugse Vaart gegraven. Het gebied voor de Brugse Poort kreeg een eigen vesting met bolwerken, buiten de stadsvesten. In 1752 werd de Brugse Vaart met de binnenstedelijke Leie verbonden door de Coupure. In 1785 werd de Hembysevest gesloopt en vervangen door de Nieuwe Wandeling, een lineair park met niet minder dan negen rijen platanen.

Waterwegen ontsluiten de wijk van de Brugse Poort. Tijdens de Industriële Revolutie was het een uitstekende plek voor van grote fabrieken. Judocus Clemmen bouwde een bedrijf voor het bedrukken van katoentjes op het Hembysebolwerk. In 1821 stichtte de ondernemer Huyttens-Kerremans aan de Kettingstraat een atelier voor metaalbewerking en -constructie, later omgevormd tot de n.v. Le Phoenix. Later startte de Société Linière La Lys in het voormalige bedrijf van Clemmen de productie van mechanisch gesponnen vlasdraden. Die fabriek zou door opeenvolgende uitbreidingen uiteindelijk beslag leggen op het hele eiland van de Groene Vallei tussen de Nieuwe Wandeling en de Leie.

De periode rond 1860 is enorm belangrijk voor de industriële ontwikkeling van de Brugse Poort. Het afschaffen van de octrooirechten en het invoeren van de gemeentewet maakten het interessant om buiten de omwalling van de stad industrie te ontwikkelen. Daarenboven zorgde de Amerikaanse burgeroorlog voor het stilvallen van de textielindustrie in Amerika. Gent heeft de leemte ingevuld.

Sinds 1864 werkte op de noordelijke Leie-oever de Kleine Lys. Daarnaast ontstond in 1897 de Filature de Roygem langs de toen aangelegde Rooigemdreef. De Rooigemlaan is aangelegd op vraag van de industrie (i.f.v. een betere ontsluiting).

Ten noorden van de fabrieken groeide een uitgestrekte arbeiderswijk met vele beluiken en de parochiekerk van Sint-Jan-Baptist. De Brugse Poort is gegroeid zonder stedenbouwkundige voorwaarden, vandaar het chaotisch stratenpatroon.

De nieuwere fabrieken in de wijk zochten een plaats ten noorden de Rooigemlaan en bij voorkeur langs het kanaal Gent-Brugge. De Nouvelle Linière du Canal was alweer een vlasfabriek (nu de Politiekazerne). De gebroeders Motte in de Wielewaalstraat stichtten de fabriek L’Avenir voor het spinnen en weven van katoen. Ten noorden van de Nouvelle Linière kwam de kemp- en jutespinnerij Manila of Textiles du Canal en daar voorbij in 1923 in de Kempstraat de Cotonnière des Flandres.

Na de Tweede Wereldoorlog sloot de ene textielfabriek na de andere, wat een ramp was voor de wijk. Die periode bepaalt nog altijd voor een groot deel het beeld van de Brugse Poort: een dicht weefsel, waar iedere m² een functie heeft. De industrie is voor een groot stuk verdwenen uit de wijk. Nieuwe ontwikkelingen situeren zich vooral in en rond voormalige 19de-eeuwse sites.

Het Eiland Malem tussen twee Leiearmen verstedelijkte vanaf 1952 als een tuinwijk. Sociale bouwmaatschappijen bouwden er de wijk Heldenhulde ter nagedachtenis van de Gentenaren die hun leven offerden voor het vaderland. Eerder was een tuinwijk ontwikkeld aan de Brugsesteenweg rond het Koning Nobelplein, de Werkliedenkolonie van de Gentse Maatschappij voor Goedkope Woningen, in de volksmond De Blokken genoemd. Zij worden nu door nieuwbouw vervangen en het Eiland Malem wordt gerenoveerd.

Er zijn in het verleden verschillende onderzoeken gebeurd die tot concrete resultaten hebben geleid. Een poging tot structuurplan, onder de toenmalige schepen Monsaert leidde tot de creatie van verschillende buurtparkings (Reinaertstraat, Kettingstraat) en de creatie van het huidige Luizengevecht. In het kader van de herwaarderingsgebieden werd de zone Weverstraat-Kettingstraat aangepakt.

De voorbije decennia passeerden via de Brugse Poort verschillende migratiestromen. Arbeiderswoningen voldeden niet meer aan de woonwensen. Autochtone Gentenaars verlieten dan ook de wijk. Nieuwkomers (migranten, vluchtelingen, studenten,…) namen hun plaats in. Dat zorgde voor een groot verloop in de bewoning.

Gerelateerde website:
http://www.socialisme.be/afbraak/zuurstof.html "

geraadpleegd op 20/05/2011 http://www.gent.be/eCache/WBP/41/815.html

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License